-
Wordt er bij de ontwikkelingen in de spoorzone ook rekening gehouden met de natuur, ecologie en bijvoorbeeld archeologie?
-
Ja, in de ontwikkelingen wordt zeker rekening gehouden met natuur en ecologie. De ligging nabij de Sysselt en de Veluwe is een belangrijk uitgangspunt voor de ontwerpen van het station en zijn omgeving. Een van de insteken voor het ontwerp van het station en de spoorzone is duurzaamheid. Het verbeteren van een OV-knoop draagt daar al in bij door automobiliteit te verminderen. Daarnaast zal ook in de keuze van inrichting rekening gehouden worden met milieuvriendelijke en duurzame materialen. Er zal, voor er gebouwd wordt, rekening worden gehouden met mogelijke archeologische vondsten in de spoorzone. Hiervoor wordt ruim van tevoren een archeologisch bodemonderzoek uitgevoerd.
-
Waarom is het nodig om de spoorzone te ontwikkelen?
-
De ontwikkelingen binnen de Spoorzone zijn nodig om de onderstaande vier doelstellingen te behalen:
1. Het verbeteren van de voorzieningen voor de verschillende vervoersmodaliteiten, de toegankelijkheid daarvan en de kwaliteit van de overstap tussen de verschillende modaliteiten.
2. Het verminderen van de barrièrewerking die ontstaat door de fysieke spoorinfrastructuur ter plaatse van het station Ede-Wageningen, de SOMA- en ENKA-terreinen.
3. Het station en omgeving opwaarderen tot het visitekaartje van Ede en daarmee creëren van een aantrekkelijke vestigingsplaats voor wonen en bedrijvigheid.
4. Het realiseren van een station dat een logisch en duidelijk centrum is voor de wijdere omgeving van de Oostkant van Ede (Kazerne, ENKA, Kop van de Parkweg en N-W hoek). Hierdoor worden de genoemde kwadranten rondom het station beter met elkaar verbonden. -
Welke ontwikkelingen maken onderdeel uit van de spoorzone?
-
- De hoofdentree van het station wordt verplaatst naar de oostkant naast de Albertstunnel, nabij ENKA en Prins Maurits kazerne. De huidige toegang blijft, maar wordt wel verbeterd.
- Verplaatsing van het busstation naar de zuid-oostkant van het station (huidige Badweg).
- Gelijkvloerse spoorkruisingen met de Hakselseweg, Kerkweg en Sysselt worden omgebouwd tot veilige ongelijkvloerse kruisingen.
- De perrontunnel wordt omgebouwd tot doorgaande fietstunnel.
- Fietsenstalling(en) worden uitgebreid en verbeterd.
- P+R wordt uitgebreid.
-
Wat zijn de meest opvallende veranderingen als de spoorzone straks klaar is?
-
Een nieuw station, nieuw busplein aan de zuidzijde ten oosten van de Bennekomseweg, veilige ongelijkvloerse kruisingen met het spoor ter hoogte van de Hakselseweg, Kerkweg, Stationsweg, en de Sysselt.
-
Welke voordelen brengen de ontwikkelingen met zich mee voor Ede, omwonenden en reizigers?
-
- Een aantrekkelijker, overzichtelijker en beter herkenbaar station, gelegen aan een prettig en overzichtelijk stationsplein.
- Een goed functionerende Openbaar vervoer-knoop, oftewel een gemakkelijke en snelle overstap van bus op trein en andersom.
- Een ruimere fietsenstalling met een goede toegang naar het station.
- Veiliger kruisen van de spoorbaan door ongelijkvloerse kruisingen.
- Een doorgaande fietsroute van Ede centrum naar Bennekom en Wageningen door een goede fietstunnel onder het station.
-
Maakt woningbouw ook onderdeel uit van de ontwikkelingen in de spoorzone?
-
Woningbouw maakt geen deel uit van de ontwikkeling van de spoorzone. Het project is een infrastructureel project. Wel zijn er mogelijkheden voor woningbouw nabij de spoorzone, bijvoorbeeld op het Noordplein na verplaatsen van het busstation, de fietsenstalling en de P+R parkeerplaats. Ook op het SOMA en AZO-terrein zou woningbouw tot de mogelijkheden horen.
-
Wie ontwikkelt de spoorzone?
-
Het project spoorzone wordt ontwikkeld door de gemeente Ede, ProRail en NS als gelijkwaardige partners.
-
Uit welke middelen worden de ontwikkelingen in de spoorzone betaald?
-
Het project spoorzone wordt betaald uit subsidies van het Rijk, de Provincie en de Gemeente Ede.
-
In welke periode wordt de spoorzone ontwikkeld?
-
De uitvoering van de ontwikkelingen in de spoorzone vinden plaats in de periode 2011 - 2015.
-
Wordt het om en op het station in de toekomst drukker met verkeer?
-
Op de locaties van het station waar nu verkeer plaatsvindt, het Noord- en Zuidplein, zal het gemotoriseerd verkeer afnemen. Het busstation verplaatst naar de zuidoostzijde van het stationsgebied. P+R zal ook richting het ENKA-terrein verplaatst worden. Mogelijk ontwikkelt zich meer fietsverkeer omdat er in de plannen een doorgaande fiets- en voetgangerstunnel in het verlengde van de Stationsweg en Oude Bennekomseweg is opgenomen. Aan de noordzijde blijft plaats voor een Kiss&Ride, gecombineerd met een deel van de taxistandplaatsen, op dezelfde plek waar dat nu ook al het geval is. Hiervoor is geen uitbreiding van de huidige hoeveelheid opgenomen. Een groot deel ervan zal ook naar de zuidoostzijde gaan, waar de nieuwe hoofdentree van het Station zal komen.
-
Neemt het treinverkeer in de toekomst toe?
-
Door de ontwikkelingen in de spoorzone van Ede zal het treinverkeer niet toenemen. Wel zullen er minder goederentreinen over het spoor door Ede rijden. Dit is overigens niet het gevolg van de ontwikkelplannen voor de spoorzone, maar is beleid vanuit het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Goederenvervoer zal in principe via de Betuwelijn gaan rijden.
-
Wat wordt er gedaan aan verbetering van de veiligheid van het spoor?
-
De gelijkvloerse spoorkruisingen worden vervangen door ongelijkvloerse kruisingen. Hierdoor zal de oversteekbaarheid van het spoor verbeteren. Het 'stiekem' onder de spoorbomen doorgaan is dan niet meer mogelijk.
-
Wordt er wel rekening gehouden met voldoende parkeergelegenheid voor auto’s en fietsers in de spoorzone?
-
In de spoorzone wordt zeker rekening gehouden met voldoende en bereikbare parkeergelegenheid voor auto's en fietsers.
-
Wordt er bij de ontwikkelingen in de spoorzone ook rekening gehouden met minder validen?
-
Bij de ontwikkeling van de spoorzone wordt rekening gehouden met minder validen. Binnen het station zijn alle perrons toegankelijk met liften. De nieuwe spoorkruisingen krijgen hellingen die voor minder validen goed begaanbaar zijn. Ook wordt in de aanleg van het busstation rekening gehouden met de toegankelijkheid van de bussen voor minder validen. Ook de faciliteiten binnen het station (toiletten, overdekte wachtruimtes) zullen geschikt zijn voor minder validen.